Onderzoek denktank (Ont)Regel de Zorg

  • 1 minute read

Fysiotherapeuten besteden een kwart van hun werktijd aan administratie. Administratie hoort erbij, maar moet wel zinnig zijn. En dat is te vaak niet het geval vinden fysiotherapeuten. Het wantrouwen van de zorgverzekeraar zien zij als belangrijkste oorzaak. Volgens fysiotherapeuten kost het 8 uur per week om te voldoen aan de voorwaarden van de zorgverzekeraar. Achter ieder uur administratie gaan verkapte loonkosten schuil. Als alle 17800 fysiotherapeuten iedere week 1 uur minder administreren dan levert dit jaarlijks naar schatting 29 miljoen euro aan uitgespaarde loonkosten op.

Wantrouwen van zorgverzekeraar is volgens fysiotherapeuten de bron van hun administratielast. De zorgverzekeraar lijkt te betwijfelen of fysiotherapeuten effectief genoeg behandelen. De afgelopen jaren is hard gewerkt om het werk van de fysiotherapeut wetenschappelijk te onderbouwen en transparant te maken. De fysiotherapeut handelt nu volgens protocol en registreert zijn handelingen en overwegingen. Dit gebeurt in een ICT-systeem, waarin te veel informatie verplicht wordt ingevoerd. De zorgverzekeraar controleert de rigide, administratieve regels die hiervoor gelden. Daaraan voldoen betekent niet vanzelfsprekend dat een fysiotherapeut ook goede zorg levert. De zorgverzekeraar controleert via audits alleen of de fysiotherapeut alle verplichte velden in het EPD invult. Toegang tot een individueel patiëntendossier heeft de zorgverzekeraar niet in verband met de bescherming van privacy. Wat een fysiotherapeut invult en of dit nuttig is, komt niet naar voren. De papieren werkelijkheid is belangrijker dan de zorg voor de patiënten.

De Pluspraktijk: veel administratie, weinig kwaliteitsverbetering. Door een Pluspraktijk te worden moeten fysiotherapeuten extra verantwoording afleggen. De zorg die zij leveren wordt van al die verantwoording niet anders. Het kost wel extra tijd. De reden dat fysiotherapeuten hier toch voor kiezen is te verklaren door de extra vergoeding die het oplevert. De tarieven staan onder druk en zijn de afgelopen jaren zelfs gedaald.

Zorgverzekeraars hanteren nog een ander systeem om de kwaliteit van fysiotherapeuten te meten: de behandelindex. De behandelindex is een cijfer waarmee fysiotherapeuten en verzekeraars kunnen zien hoeveel behandelingen per patiënt zij uitvoeren ten opzichte van andere praktijken. Dit cijfer moet inzicht geven in de doelmatigheid van de behandeling. De gedachte is: hoe minder behandelingen een fysiotherapeut per patiënt uitvoert, des te effectiever de fysiotherapeut te werk gaat. De exacte rekenmethode achter de behandelindex is voor veel fysiotherapeuten niet bekend. Hierdoor levert het geen informatie op waarmee zij hun behandeltraject kunnen verbeteren. Bovendien verschilt de berekening van de behandelindex per zorgverzekeraar. De financiële consequenties die verbonden zijn aan de behandelindex sturen primair aan op minder behandelen, niet op beter behandelen. Fysiotherapeuten die minder behandelen dan het landelijk gemiddelde krijgen een hogere vergoeding.

De overbodige administratieve last van de fysiotherapeut komt voort uit de wens van de zorgverzekeraar om de kwaliteit van behandelingen te waarborgen. Het is begrijpelijk dat zij alleen effectieve behandelingen willen vergoeden. De instrumenten die zij in de huidige vorm in samenwerking met de beroepsgroep hanteren, dragen daar in de huidige vorm helaas niet of nauwelijks aan bij en leidt niet tot betere zorg. De behandelindex legt te veel nadruk op minder behandelen en geeft geen zicht op welke behandelingen effectief zijn en welke niet. De grens van het verminderen van het aantal behandelingen is niet oneindig oprekbaar.